Best een leuk spel: LinkedIn openen en alle AI-gegenereerde berichten opsnorren. Maar de spelregels zijn volledig omgegooid, want nu zoeken we naar het niet-AI-gegenereerde bericht.
Korte openingszinnen, witregels, een tegenstelling (niet x, maar y) en een inzicht met de aankondiging 'juist'. Oh ja, en een typerende, afsluitende vraag om reacties uit te lokken.
Herkenbaar? 😉
Alsof LinkedIn wordt beheerd door slechts één persoon met veel verschillende functies en ervaringen.
Gemak dient de mens: ChatGPT en Claude produceren in no-time een nette tekst. Je voert in een paar gebroken zinnen je ervaring of levensles in (bomvol typefouten – de LLM begrijpt het toch wel), et voilà: klaar voor publicatie.
Ook wij gebruiken AI dagelijks. Om onderzoek te doen, te sparren, informatie te ordenen en óók om te schrijven. Tegelijkertijd doen we er alles aan om die eenheidsworst te voorkomen. Daarvoor blijkt een goede prompt niet genoeg: je moet namelijk goed nadenken over wat je vertelt en hoe je het opschrijft.
In dit artikel laten we zien hoe we daar in ons eigen contentproces mee omgaan.